Het is nu 20-08-2017, 01:24 PM Welkom, gast! (AanmeldenRegistreren)

Bill Collins en zijn team hebben goed werk verricht. De oorspronkelijke ideeën hebben zich ontwikkeld tot mooie concepten die verder uitgewerkt kunnen worden. Collins en DeLorean gaan in 1974 naar de Turin Auto Show om in contact te komen met verschillende ontwerpbureau’s. Vier van de meest prominente ontwerpstudio’s worden bezocht. Bertone, Pininfarina, Michelotti en Ital Design. Bij het laatste bedrijf komen ze in contact met de chef designer en eigenaar van Ital Design, Giorgetto Giugiaro. De vonk slaat meteen over.
Vrij kort hierna krijgt Giugiaro de opdracht om een ontwerp te maken voor de DeLorean sports car. Ongeveer een half jaar later levert Ital Design het definitieve ontwerp, in de vorm van een houten 1:1 model. Collins en DeLorean zijn erg tevreden over het resultaat. Het is nu zaak om prototypes te bouwen die kunnen rijden. Het uiterlijk van de DeLorean heeft weliswaar vorm gekregen, maar het engineering gedeelte moet nog plaatsvinden. Eerst maken Collins en zijn team verschillende prototypes op basis van het ontwerp van Giugiaro. Er worden verschillende dingen uitgeprobeerd met het interieur. Er zijn nog veel onzekerheden over de aandrijflijn van de auto. DeLorean ziet een Wankel motor wel zitten en er worden wat gesprekken gevoerd met o.a. Mazda en Citroen/NSU. Dan worden de mogelijkheden van een Ford V6 verkend. Wanneer er onduidelijkheden ontstaan over de versnellingsbak wordt deze optie verlaten voor een motor en versnellingsbak van Citroen. Dit blijft lang staan als alternatief en het eerste prototype zal hiermee worden uitgerust. Het gaat mis wanneer Citroen er lucht van krijgt dat DeLorean een turbo op het blok wil monteren om vermogen te winnen. Citroen verleent geen medewerking meer omdat het bang is dat het blok niet sterk genoeg is voor een dergelijke configuratie met alle negatieve publiciteit van dien (jaren later komt Citroen zelf met een turbo variant). Er wordt gaandeweg veel werk verricht als het gaat om wielophanging, interieur, zitpositie en natuurlijk de aandrijflijn. De zoektocht naar een geschikte motor en versnellingsbak eindigt bij Renault. Peugeot, Renault en Volvo hebben met z’n drieën een V6 motor laten ontwikkelen bij een fabriek in Douvrin (Frankrijk). De motor staat bekend als PRV6 waarbij de initialen de drie partners aanduiden. Het blok wordt ook wel de Douvrin, of Euromotor genoemd. Het is van de weinige mogelijkheden die DeLorean nog resten. Het is nl. van wezenlijk belang dat de motor gecertificeerd is t.b.v. de Amerikaanse emissie-wetgeving. Het ontwerpteam ziet veel mogelijkheden in de motor en vindt een voorbeeld in de Renault Alpine A310 V6. Een auto die veel gelijkenis heeft met het concept van de DeLorean. Op dat moment wordt nog niet zo zwaar getild aan het feit dat de motor niet zo veel vermogen levert. Het idee bestaat nog dat de DeLorean een lichte auto zal worden waardoor de prestaties gegarandeerd zijn.

Dan wordt het punt bereikt dat DeLorean voldoende financiën heeft gevonden om het model definitief productierijp te maken. Collins en zijn team hebben niet voldoende capaciteit om dit op eigen kracht te doen. Net als voor het design van de auto wordt een aantal partijen afgewogen die de klus kunnen klaren. Veel tijd is er niet want de bouw van de fabriek is al begonnen. Er is een zeer kort tijdschema om alles voor elkaar te krijgen. Omdat de fabriek in Belfast komt, lijkt het verstandig om het engineering-team ook naar Groot-Brittannië te verhuizen. Er wordt gesproken met Jensen en Aston Martin maar zonder succes. Er zijn kansrijke gesprekken met Porsche, maar Porsche wil minimaal 2 jaar de tijd om de auto productierijp te maken, en die tijd is er niet. In Lotus vindt DeLorean uiteindelijk een partner. Het klikt tussen DeLorean en Colin Chapman, de geestelijk vader van Lotus. Er wordt een contract getekend voor een bedrag van $12,5 miljoen. Dat geld is trouwens op miraculeuze wijze verdwenen, maar dat is een heel ander verhaal. DeLorean en Chapman zijn aan elkaar gewaagd. Het zijn beide getalenteerde ingenieurs die zo ver zijn gekomen dat ze hun eigen auto’s bouwen. Het zijn ook zakenlieden en schromen schijnbaar weinig om hun doelen te bereiken.

Nu Lotus het stuur overneemt verandert er veel. Het team van Collins blijft betrokken maar wordt meer gepasseerd dan geconsulteerd. Lotus gaat op zeker en zet veel van de oorspronkelijke concepten opzij. Het ERM-proces dat het belangrijkste onderdeel is van het prototype wordt afgedankt. Lotus ziet te veel risico’s, veel liever hanteren zij een oplossing waar ze al ervaring mee hebben. De DeLorean zal veel mee krijgen van de Lotus Esprit die net door Lotus is uitgebracht. De body zal gemaakt worden met het VARI systeem, wat staat voor Vacuum Assisted Resin Injection. Een procédé waarmee je glasvezel body’s kan maken. Hiervoor is wel een apart chassis nodig om voldoende sterkte en stijfheid in de constructie te krijgen. Het frame zal grote gelijkenis krijgen met dat van de Esprit, een zgn. backbone chassis. De verbeteringen die worden aangebracht zullen ook hun weg vinden naar later Esprits. Uit kostenoverwegingen worden ook andere ideeën losgelaten. De airbag die was voorzien moet bijv. het veld ruimen vanwege de kosten. De betere Pirelli banden worden ingeruild voor goedkopere Goodyears.